Mening
Sport

Hoe fit is onze school?

13 november 2018
Door:  Kabaal
Foto's:  Kabaal
Tijdens de redactie dag in de Bosstraat onderzoeken de kinderen van het zesde leerjaar de fitheid van hun school.

Charlotte, Anouk, Ferre, Luca en Bas vragen zich af hoe fit hun school is. Wat betekent dat eigenlijk, fit zijn? Voor ze op onderzoek uit trekken in de school, vragen ze het aan onze grote vriend Wikipedia…

De lichamelijke conditie bepaalt hoe fit iemand is. In enige zin bedoelt men hiermee vaak het fysieke uithoudingsvermogen van iemand, met name de mogelijkheid om intensieve inspanningen lang vol te houden. Veel bewegen, training en gezonde voeding spelen hierbij een belangrijke rol.
- Wikipedia

Dat is duidelijk! 

We testen de school…

Ferre en Luca trekken er samen met fotograaf Bas op uit om te kijken of de kinderen op school even fit zijn als hun meesters en juffen. Ze bezoeken enkele klassen en stellen de kinderen en leerkrachten enkele vragen:

Hoeveel uren sporten de kinderen en de leerkracht?

Terwijl de kinderen gemiddeld 4u30 sporten, komen de leraren maar aan 1u30 per week. Hun grootste excuus? Te veel verbeterwerk… 

Letten ze op hun voeding? Eten ze gezond?

De meeste kinderen eten vooral wat ze lekker vinden en wat er thuis op tafel verschijnt. De meesters en juffen zijn meer bezig met wat ze eten en kiezen vaker voor een gezond slaatje of een fruitig tussendoortje.

Worden ze snel moe van te sporten?

Van sporten word je moe. Dat beweren alvast de meeste leerlingen en juffen en meesters. Gelukkig is het wel een leuk soort moe.

Zitten ze vaak voor een scherm of zijn ze toch meer in beweging?

Hier is het gelijkstand. Terwijl sommigen vaker bewegen, zitten anderen dan weer meer aan het scherm gekluisterd. 

DOE OPDRACHT: Wie kan er het langst in plankhouding blijven staan?

De kinderen komen overduidelijk als winnaar uit de bus. De meesters en juffen leggen de duimen. Zij zijn eerder stijve planken. (om de identiteit van de leraren te waarborgen, vernoemen we de onderzochte school niet) 

Zowel de kinderen als de juffen en meesters zijn zich bewust dat fit zijn belangrijk is. Iedereen is er op zijn eigen manier mee bezig. De een door veel te bewegen, de ander door gezond te eten. 

Juf Veerle is een topatleet!

Soms sport ze meer dan 5 keer per week. Onlangs nam ze nog deel aan een kwarttriatlon. Tijdens de wedstrijd moeten de atleten zo snel mogelijk 1 kilometer zwemmen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer lopen. Daar moet je behoorlijk fit voor zijn.

Charlotte en Anouk leggen juf Veerle het vuur aan de schenen...

Hoe en wanneer train je?

Juf Veerle: “Ik train 5 keer per week. Dat is niet zo gemakkelijk als je ook de hele dag gaat werken. In het begin van de week plan ik in wanneer ik ga sporten. Vaak is dat ’s morgens nog voor de school begint of vlak na schooltijd, zo kan ik buiten lopen en fietsen voor het donker wordt.

Wat vind je het moeilijkste aan je training?

Juf Veerle: "Soms is het niet zo gemakkelijk om jezelf te motiveren om te trainen. ’s Avonds na het werk ben ik moe en rust ik even in de zetel. Om dan terug in beweging te komen, dat is moeilijk. Maar een keer ik aan het sporten ben, ben ik weer blij dat ik kan bewegen. Na elke training ben ik moe, maar voldaan."

Hoe warm je je op om te sporten?

Juf Veerle: "Bij het lopen, stap ik eerst 5 minuten stevig door. Daarna start ik met lopen. Ook als ik train voor de andere disciplines is het belangrijk dat ik niet dadelijk voluit ga. Even rustig erin komen en dan kei hard knallen!"

Let je op je eten voor een gezonde levensstijl?

Juf Veerle: "Ik probeer niet te veel koolhydraten te eten. Dat zijn suikers die je bijvoorbeeld vindt in wit brood, pasta of aardappelen. Een lekker stukje fruit gaat er altijd wel in."

"In de dagen voor een wedstrijd, probeer ik zo veel mogelijk energie op te slaan. Dan eet ik juist koolhydraatrijke voeding. Die energie kan ik dan aanspreken tijdens lange en zware inspanningen."

"Na mijn laatste wedstrijd ben ik wel eens lekker op restaurant geweest. Eindelijk terug frietjes!"

5 fitte tips van juf Veerle

  1. Zorg ervoor dat je genoeg slaapt, een uitgerust lichaam is fitter dan eentje dat vermoeid is.
  2. Eet voldoende groenten en fruit, die zitten boordevol ‘fitte’ stofjes.
  3. Sport of beweeg regelmatig. Kies wel een activiteit die je graag doet, dan houd je die langer vol.
  4. Moet je niet ver? Neem dan de fiets. Vraag mama of papa om de auto voor een keertje aan de kant te laten.
  5. Zoek een toffe sportvriend, iemand waarmee je samen kan sporten. Dat is vaak leuker dan alleen.



Mail Iris en word ook reporter voor KabaaL!

Iris De Rynck

Jeugd- en kinderwerker
016 27 27 58